De route over de begraafplaats wees zich grotendeels vanzelf. Op de graven van gefusilleerden, twee schoolmeisjes en andere burgerslachtoffers zijn plaquettes aangebracht die aangeven dat het om oorlogsgraven gaat. Daarnaast zijn de witte grafstenen van zestien geallieerde militairen, zelfs in het schemerdonker, goed te onderscheiden. Het aansteken van de kaarsen bleek door de harde wind niet eenvoudig. Sommige kaarsen wilden niet branden en andere doofden meerdere keren. De deelnemers besloten daarom om bij een volgende herdenking windlichten of lantaarns te gebruiken, zodat de kaarsen beter beschermd zijn tegen de wind.
Nabestaanden aanwezig
Aan de herdenking namen zowel mensen deel die de oorlog zelf hebben meegemaakt als nabestaanden van slachtoffers. Onder hen was een familielid van Cornelis Vijfvinkel, die op 8 juni 1945 om het leven kwam toen hij een niet-ontplofte granaat aanraakte. Hij was kort daarvoor vader geworden, een gebeurtenis die zijn tragische lot voor de familie extra beladen maakt. In deze periode is er ook aandacht voor oorlogsslachtoffers van wie geen foto bekend is. Vrijwilligers zetten zich, tachtig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, nog altijd in om deze slachtoffers alsnog een gezicht te geven en hun verhalen compleet te maken.